Aflevering 2, Noord Schotland

We zijn door het Caledonisch Kanaal en gaan via Oban weer het Kanaal terug.
De snelste en veiligste weg richting de Orkneys.

 

8 juli: GPS 934
We verlaten om 12 uur het Caledonisch kanaal en besluiten door te zeilen door het Loch Linnhe richting een mooie ankerplek die onze vriend Colin ons in Inverness had gewezen. Na een uurtje of twee varen trok de wind behoorlijk aan uit het noord westen en het bleek dat dit plekje erg aan lager wal lag. We besluiten de fok wat in te draaien zodat we beter kunnen reageren op de vlagerige valwinden die van de bergen afkomen. De keus is rechtsaf richting Tobermorry of toch maar Oban. Het wordt uiteindelijk Oban, waar we morgen ,in de laatste stad op onze reis door Noord Schotland, een kijkje zullen nemen.

9 juli: Oban
Vandaag doen hebben we eerst aandacht voot wat ik altijd noem: "Struggle for life" ofwel hoe kom ik in vredesnaam aan voedsel. We vinden zowaar een Lidl en halen daar groente, blikken en andere spullen. Gelukkig hebben we een boodschappenkar, zodat alles weer mee kan richting Annies.De marina in Oban ligt aan de overkant van de baai en elk uur gaat er een bootje van de haven heen en weer. Gratis. Dat doen we vandaag drie keer. 1e keer foerageren, 2e keer toeristje spelen en wiskey halen en de derde keer naar een doedelzakvoorstelling die elke donderdagavond wordt gegeven.

We hebben hier vrij internet in de haven en kunnen goed de windvoorsoelling voor de komende tijd bestuderen. Helaas laten die allemaal zien, dat er de komende dagen flink wat knoopjes wind door de lucht zullen vliegen. We kunnen kiezen, hier blijven en afwachten, of terug door het Caledonisch kanaal en alsnog proberen richting Orkney's te komen.

10 juli: GPS 964. De beslissing is genomen. We gaan door het Caledonisch kanaal terug. Dat is de veiligste en snelste route richting ons volgende reisdoel, de Orkneys. Via west  Schotland zou misschien wel kunnen maar gezien de leeftijd van onszelf en de boot maken we deze keuze. De motor kan zich gedurende deze tocht ook mooi bewijzen en ons vertrouwen geven voor de volgende weken.

11 juli:. We varen weer terug  en beleven West Schotland op zijn mooist. Prachtige vergezichten en het is jammer dat we dit water gaan verlaten. We beleven Neprunes Staircase van de andere kant. Omhoog schutten is moeilijker, zeker wanneer je voorin de sluis ligt. Het water wordt met grote snelheid de sluis binnengelaten en de voorste schepen hebben alle kracht nodig om hun schip op positie te houden. Gelukkig is het prachtig weer en behoorlijk warm aan de zonnige kant van de sluizen. We varen door tot Gairlocky. In de avond zien we de depressie aankomen en neemt de wind al behoorlijk toe.

   Avond in Gairlocky


12 juli: GPS 989. Vandaag varen we verder tot Fort Augustus. Het weer ziet er volledig anders uit dan gisteren. Koud en bewolkt. Met huurboten een sluis nemen is een aparte belevenis. Dwarsliggend, of met brullende motor proberen te manouvreren lijkt de meest voor de hand liggende optie, waarbij wij even handen en voeten moeten gebruiken om de Annies vrij te houden van de vreselijk toegetakende boten. Het weer blijft de hele dag frisjes, 13 graden en in de buurt van Fort Augustus, de toegang tot het Loch Ness gaat het ook nog regenen. Het is grappig dat je eigenlijk "haasje over" speelt met een aantal boten. Zeker wanneer je gezamelijk 8 sluizen achter elkaar neemt, ontstaan er leuke gesprekken. Er varen hier veel grote Zweedse jachten, verder Noren, Denen, Ieren, enkele Duitsers een Franse boot en een enkele Nederlander. Vandaag lagen er in de sluis huurboten met: Oostenrijkers, Engelsen, Tcjechen, Duitsers en daarbij wij als Nederlanders.

13 juli: GPS 1014. We vertrekken om 9 uur Nederlandse zomertijd vanuit Fort Augustus, richting Inverness. Het is gelukkig droog en wanneer de zon erbij komt, is het prima weer. We verbazen ons weer over het donkele water van Loch Ness. Het lijkt wel of er een olielaag overheen ligt, maar dat is gelukkig gezichtsbedrog. We proberen het monster alsnog te betrappen.

Ze lijkt helemaal niet op de twee die we binnen aan de mastondersteuning hebben hangen, dus...............

 

In Inverness halen we de laatste weersverwachting op en besluiten morgenochtend de eerste sluis eruit te gaan.

14 juli: GPS 1086. Om 10 voor negen liggen we voor de sluis. Omdat we nog steeds op Nederlandse zomertijd leven, scheelt dat een uurtje langer slapen. Het regent en er totaal geen wind. De sluiswachter vond dat we wel wat vroeg weg wilden, maar ze hoefde niet alleen voor ons haar bed uit te komen. We moeten nog twee sluizen.
Om 9.30 gaan de voorlaatste sluisdeuren achter ons dicht en verliezen we het zicht op Inverness. Even later varen we de laatse sluis, het Clachnaharry Sealock in.

 

Om 9.45 gaan de laatste sluisdeuren open en verlaten we het Caledonian Canal voorgoed.

Het eerste gedeelte is erg regenachtig en na ongeveer 2 uur wordt het beter. Het is vaak zo, dat de buien langs en net boven de kust ontstaan en op open zee is het dan mooi weer. Er is weinig wind en staat ook nog eens pal tegen.
Dat kost misschien enige uitleg, waarom we op zee meer de motor gebruiken dan b.v. op het IJsselmeer. Wanneer je de wind tegen hebt en je wilt zeilen, moet je er tegenin kruisen. De hoek die we met de Annies kunnen varen is ongeveer 30 graden schijnbare en 50 graden werkelijke wind. Dit is makkelijk uit te leggen met behulp van een fietsvlaggetje. Je staat met je fiets stil en je fietsvlaggetje wappert b.v. dwars naar rechts. Dit is de werkelijke windrichting. Wanneer je nu opstapt en vaart gaat maken, wappert je vlaggetje, afhankelijk van hoe snel je fietst, meer naar achteren. De schijnbare wind wordt dus gemaakt door de werkelijke windrichting en je eigen snelheid. Je kan je voorstellen, dat wanneer je tegen de wind in moet kruisen, en je hoeken van 50 graden maakt, je niet echt op schiet. Wanneer je dan ook nog een knoop (zeemijl/uur) stroom tegen hebt, ga je gemiddeld met zo'n 2 knopen per uur de goede kant op. Met de motor erbij kan je 6 mijl per uur varen min die ene knoop wordt 5 mijl.
Een afstand van 60 mijl duurt op de motor z'n 12 uur en op zeil 30 uur. Natuurlijk krijg je ook wel stroom mee, maar bovenstaande uitleg is niet wetenschappelijk doorgerekend, maar bedoeld als verduidelijking voor diegenen die nooit op zee gevaren/gezeild hebben.
 

Om 21.30  varen we Wick, de noordelijkste havenplaats in Oost Schotland binnen.

15 juli: GPS 1133. Wanneer we om 7 uur opstaan is het dikke mist. Twee vissersboten aan de overkant zijn nog net te zien. Om 8.15 varen we de haven uit, richting Pentland First, waar we overheen moeten. We hebben de radar aan en ook de AIS. De twee vissersboten blijven het eerste half uur ook onze richting uitvaren en we moeten zelfs nog even uitwijken. Verder is er niets te zien dan zo nu en dan een vogeltje en een kop van een zeehond, die verbaast rondkijkt, wat die rare Hollanders hier nu toch willen. Het is geen optie om te blijven liggen, want morgen kan het wel hetzelfde zijn en vrijdag wordt het niet zulk leuk weer in dit gebied.
Op 58°37.45 en 002°44.80 verleggen we koers richting Copinsay, een eiland ten zuiden van de aanloop van De Orkneys. De hele dag varen we in dikke mist. Ongeveer 50 meter zicht lijkt het te zijn en soms even 200 meter. Gelukkig varen er hier niet veel schepen, maar het had zo mooi kunnen zijn tijdens de oversteek van de Pentland Firth. Aan de ene kant de kop van Engeland en dan aan de overkant de Orkneys. Opeens zie ik een grote oranje boei, een lijn en een stootwil. Snel zet ik de schroef uit zijn werk en gelukkig komt de boei met lijn onbeschadigd onder de boot uit. Even schrikken. Om 14.30 zien we voor het eerst een glimp van de Orkneys. We gaan west de Shapinsay Sound in, de vaarroute naar Kirkwall. Het klaart nog meer op en we krijgen zicht op de vuurtoren en het sprookjekasteel. In plaats van linksaf naar Kirkwall nemen we een kijkje bij Shapinsay, het eiland waar het kasteel op staat. 

 

 

 

 

 

 

De rode cirkel op de kaart hieronder is waar we liggen.

We zien een mast liggen en het blijkt dat er nog één van de twee visitors moorings vrij is. De andere zeilers komen gelijk een praatje maken. Na een borrel blazen we de rubberboot op en na het eten gaan we het eiland verkennen en het Balfour Castle van dichtbij bekijken. We wandelen verder en een plaatselijke boer vertelt ons diverse leuke wetenswaardigheden over het eiland. Grappig trouwens, dat iedereen die we spreken wel een familielid in Nederland heeft of er zelf gewerkt heeft.

De Annies voor anker bij Shapinsay

Vervolg: afl.3 de Orkneys