en verder

                          

                                                                            Aitske Ruben

 

De naam Annies is in 1984 ontstaan toen wij onze eerste kajuitzeilboot kochten. Varend in Friesland, indertijd nog zonder mobieltjes, wilden we een duidelijke herkenbare en een voor ons betekenisvolle naam hebben op ons schip. De AN komt van de moeder van Aite, n.l. Annetje en Pieter zijn moeder heette Niesje.

Ziedaar, de naam Annies ontstond. In onze achtertuin liggen nog de Annieske en de Nieske te wachten op hergebruik door kleinkinderen?

Pieter en ik varen sinds onze jeugd en zijn beiden begonnen met een 16m².

 

Toen wij elkaar 27 jaar (1976) geleden leerden kennen ( beide als zeilinstructeur op Krekt oer't Wetter in Uitwellingerga) had Pieter zijn boot op het Nieuwe Meer bij Amsterdam liggen en mijn 16m² lag in Grou, Friesland. Twee boten ver weg van Valkenswaard werkt dus echt niet. We stortten ons op een nieuwe uitdaging, het windsurfen. Na veel wedstrijden meldde zich een baby aan en moesten we de toekomstige vaarplannen aanpassen. Anderhalf jaar na Femke kwam Sjoerd en met twee kinderen in de luiers besloten we voor enig comfort te kiezen, een stacaravan bij Terhorne.

 

 

Drie jaar aan de wal in een stacaravan met zicht op het Sneekermeer met een zeilbootje, roeibootje en surfplanken erbij was genoeg.

 

 

De caravan verdween gelukkig en we kochten onze eerste Annies. Dit was een Tornado, een 25 voets  kajuitzeiljacht, die ons veel ervaring heeft bijgebracht.  We waren supertrots op ons eerste "Jacht"!

Deze boot was uitgerust met een Vire benzinemotor en om te voorkomen dat je een benzinedampexplosie kreeg bij het aanslaan van de motor moest, voor het starten eerst de motorruimte geventileerd worden. Verder had de motor wat kuren. Als we een eind op de motor gevaren hadden en we minderden gas als we bij een brug of sluis kwamen dan sloeg hij vaak af.

Natuurlijk gebeurde dit wanneer we bij de sluis van Stavoren moesten wachten, met ZW op de kont. (hopelijk heeft niemand ons toen ooit gezien!!)

We moesten dan eerst weer starten voordat we achteruit konden slaan. Gelukkig wilde de motor dan wel weer starten. Verder was deze boot slecht geïsoleerd waardoor bij een regenbui de condensdruppen aan het plafond en de wanden van de kajuit hingen. Er waren ook wat kleine lekkages maar we hebben met deze eerste Annies alle hoeken van de Friese meren gezien.

 

                                                      

 

De boot groeide mee met de kinderen (of andersom) en de 2e Annies, een Fellowship 28 werd in 1990 gekocht. Een Fellowship heeft niet te veel tuig, 1.20m diepgang en is solide en zwaar.Het ondertuigde karakter was een goede keus want de nog kleine kinderen hadden niet veel houvast in vlagerig weer. Ook een grote tafel, waar met regenachtig weer lekker met lego kon worden gespeeld, was een fijne aanwinst.

Met iets later een optimist erbij werden de vakanties alleen maar leuker.

De eerste keer dat je een kind alleen ziet wegvaren is een moment om nooit te vergeten. Trots en tegelijkertijd ook bezorgt.

 

Met onze Fellowship zijn we voor het eerst de Wadden op gegaan. Zout water en stroom. Hoe zou dat zijn. Onze eerste tocht naar Vlieland verliep anders dan het advies dat we van ervaringsdeskundigen hadden gekregen. We zouden met stroom mee moeten varen, maar het was mooi weer en wij vonden dat het ook wel anders kon. Voldoende water onder de kiel en lekker zeilend met een goede wind maar stroom tegen liepen we Vlieland binnen. Deze eerste kennismaking met het zoute water heeft ons veel geleerd over hoe we om willen gaan met de zee. Ogen en oren de kost geven en goed luisteren naar anderen zijn prima zaken. Vervolgens maken wij onze plannen en varen we zoals wij vinden dat we het verantwoord kunnen doen. Dit leidt de ene keer tot uitvaren op een geheel aanvaardbare tijd, maar soms ook tot een wat eigenzinnig gedrag.

Het feit dat wij beiden kunnen zeilen en elkaar kunnen vertrouwen onder elke omstandigheid heeft een groot voordeel. Pieter en ik hebben redelijk wat zeilervaring, maar een flinke storm op zee hebben we gelukkig nog nooit hoeven te doorstaan.

 

Na een aantal jaren werd de Annies steeds kleiner of was het zo dat de andere boten steeds groter werden? Met onze Fellowship werden we in de havens naar de hoek van "de kleine bootjes" gedirigeerd. De vloot op het IJsselmeer vertoonde een duidelijke groeispurt, geholpen door de aantrekkende economie. We constateren dat steeds meer mensen op zee gaan varen die ons inziens niet zeewaardig zijn. Bij grotere schepen met slechts vaak één goede zeiler aan boord, meestal de man, vragen we ons vaak af wat er gebeurt indien de schipper ziek wordt of in het ergste geval overboord valt. De regel: een schip is net zo zeewaardig als haar bemanning, gaat hierbij nog steeds op. Met onze Fellowship zijn wij vanaf 1993 naar Engeland gezeild. De kinderen konden de eerste jaren nog niet actief meezeilen, maar het zijn in Engeland vonden ze prachtig.

 

Twee zeilers (niet per sé twee schippers) op een schip is voor ons een voorwaarde om veilig te kunnen zeilen. We zijn het lang niet altijd eens maar elke, soms heftige discussie geeft ons meer inzicht in onze mogelijkheden.

 

 

Terug naar ons schip.

                              

 

Ook wij groeiden wat mee en kochten voorjaar 2000 onze huidige Annies, een Feeling 1040 (l.o.a. 10.65, breedte 3,60 en diepgang 1,80). We varen er nu voor het 8e seizoen mee. Deze Annies is een zeer goede zeilster die zich gemakkelijk laat leiden maar ze heeft  een eigen karakter. Zij voldoet aan de meeste eisen die wij stellen n.l. een stuurwiel (langere tijd sturen in zware omstandigheden), een negatieve spiegel met een klein platform (om iemand bij zijn kraag te kunnen pakken wanneer hij/zij in het water ligt), een ruime achterkajuit met een goed instap (maakt naar het toilet gaan 's nachts mogelijk zonder de ander wakker te maken). Dat er daarnaast een goede boiler is, een hetelucht kachel en een zeer ruime kajuit is mooi meegenomen.

Voor het eerste vaarseizoen hebben we bijna al het lopend want vervangen. Vallen, revenlijnen etc. waren te dik en stug en liepen slecht en met het vervangen van de leuvers van het grootzeil ging deze ook weer sneller omhoog en omlaag. Ook hebben we direct een high aspect fok laten maken. Voor ons allemaal zaken die vooral met veiligheid te maken hebben.

 

In de winter van 2001- 2002 hebben we ons geamuseerd met het verwijderen van de schroefas en lagers waarbij het lager onder het schip de meeste weerstand gaf. Het aanbrengen van de nieuwe lagers en schroefas was relatief gemakkelijk. In 2002 kwam de gennaker van 80 vierkante meter en dit jaar hebben we  een nieuwe genua 3 gekocht omdat onze 16 jaar oude fok zwakke plekken begon te vertonen.

In 2001 kochten we na een zeer mistige tocht van Eastbourne naar Boulogne een radar. Midden in de shipping lane en dan nog zo'n 50 meter zicht maakt dat je je heel klein en kwetsbaar voelt. Gelukkig werden we Boulogne binnengeloodst door een ander schip met radar.

Onze JRC 1000 heeft op de mistige Ramsgatetocht van 2002 duidelijk zijn dienst bewezen.

Ook bij het oversteken naar Engeland met helder weer geeft hij precies aan hoever de verschillende schepen van ons af zijn en of ze voor of achter ons langs gaan.

Veiligheid staat bij ons nummer 1, 2 en 3 en elk jaar proberen we de Annies te verbeteren op dat punt.

 

Seizoen 2003

Onze Annies ligt 's winters in Eindhoven op de wal.  We voeren haar vroeg in het seizoen, via Rotterdam - IJmuiden, naar Enkhuizen naar onze vaste ligplaats in de Buijshaven. Bij het, pas in gebruik genomen, Naviduct voeren we bijna op een onverlichte betonnen meerstoel die ze daar als golfbreker neergelegd hadden.

In mei ondernam de ANNIES de tocht van Enkhuizen naar de Roompot binnendoor om zich aan te sluiten bij de Ramsgatevloot. De Staande Mast route bracht ons samen met de Amadeus na 2 dagen en een nacht tegen regen en ZW-wind net op tijd bij de Roompot Marina om de inwijdingsborrel van de vlootvoogd mee te pakken. Wat wij al niet voor een borrel overhebben!

 

Op 1 juli vertrekken we voor de tweede keer uit Enkhuizen richting Roompot.

Het IJsselmeer kleurt zo nu en dan zwart van de dikke buien en een enkele onweersklap laat zich horen. De wind in zuid west en varieert tussen 3 en 7 Bft. Met de genua 3 proberen we de Annies in toom te houden door steeds zeil te meerderen en te minderen. Een tweede rif in het grootzeil.

De beruchte IJsselmeer golven stoppen onze vaart zo af, dat we net na vieren bij de Schellingwouderbrug aankomen. De brug draait niet tussen 16.00 en 18.00 dus mooi de tijd om te koken. Met een volle buik door de brug en Oranjesluizen verder richting IJmuiden. We duiken bij de Watersportvereniging IJmond de haven in (scheelt 10 euro met Seaport IJmuiden) en gaan de volgende ochtend door naar IJmuiden. Het weerbericht voorspelt west 6 voor de volgende dag met veel buien. We besluiten de genua te vervangen door de high aspect fok.

Wanneer we de volgende ochtend uitvaren ziet alles grijs. De wind blaast behoorlijk door en we hebben flink wat motorvermogen nodig om tussen de pieren van IJmuiden door te komen.

Een groot zeeschip vaart tegelijkertijd naar binnen, zodat we de golven recht op de kop moeten nemen.  De Annies houdt zich voorbeeldig. Met een vrij rechte voorkant snijdt zij de golven even aan en vaart er dan goed tegen op. Natuurlijk komt er wel eens een golf over, maar wij zeiltoeristen hebben een buiskap en deze bewijst goede diensten.

Buiten de pieren vallen we af richting Scheveningen en met een gemiddelde van 7.5 knoop vaart de Annies in ruim 3 uur naar Scheveningen. In Scheveningen blijken velen te zijn blijven liggen. Ook de volgende dag blijft de westenwind behoorlijk doorzetten en we varen met west 6 Bft. naar de Roompot. Stroom mee naar het zuiden en ook nog naar binnen. Weer zien we op de hele weg, net als de vorige dag, slechts 3 andere boten.

 

Dit jaar met de PZV naar de Kanaaleilanden leek ons een goed plan. Met vier boten snel doorvaren naar Cherbourg en dan direct door naar Guernsey. In drie dagen ben je op je vakantiebestemming. Ook het idee van een aanbrengtocht is erg goed. Aangetrokken door de wat langere tocht waren de jongeren (-40) dit keer duidelijk in de meerderheid. Gezelligheid aan boord en doorzeilen en dan doorzakken tot in de late uurtjes op de plaats van bestemming lijkt de toekomst van de PZV. Na een schitterend vuurwerk in St. Malo op de 14 juli ging iedereen met een gewijzigde bemanning zijns weegs. Wij vervolgden Via Guernsey, Sark en Alderney onze weg naar Plymouth. In deze mooie zomer hebben we daar toch nog wat regendagen gescoord. Coasthoppend langs de zuidkust van Engeland hebben we onze vakantie in Texel afgesloten met een hittegolf.

Pieter en ik beschouwen ons schip als een ruime twee persoons boot. Een beetje extra ruimte is welkom en je moet in de voorpunt ook nog wat zeilen kwijt. De dinghy ligt bovenop achter het want en is snel gebruiksklaar te maken.

 

Op 24 juli horen we op weg van Plymouth naar Torquay een may-day van een zeiljacht in de buurt dat snel water maakte. Reddingsboot en helikopter werden gealarmeerd en een rescue-operatie wordt gestart. Dit doet elke schipper weer even stilstaan bij de gevaren die hij kan tegenkomen. We hebben een vlot, 2 x GPS, radar, marifoon, drijvende reddingsmiddelen, navtex, extra marifoonnoodantenne, stoboscoopflitslicht, noodvoorraad water en allerlei pijlen en rooksignalen aan boord.  En vanaf 2007 een Epirb. Bij de SAR-operatie  werd er gevraagd of het schip in nood, naast een vlot en noodsignalen ook een handheld marifoon had. Die hebben wij dus niet.

Aan boord van de Annies kwam het gesprek natuurlijk weer op veiligheid en over de noodzaak van een handheld marifoon (in Nederland slechts toegestaan met een marcom B diploma (geschreven in 2003)) en een handheld GPS, te gebruiken voor in het reddingsvlot.

Hoe ver gaan we met onze veiligheid en wat kunnen al deze middelen daartoe bijdragen?

De meeste van bovenstaande zaken hopen we nooit te gebruiken en we doen er alles aan om goed en verantwoord te zeilen. Vaak betekend dat reven of de motor gebruiken om snelheid te maken. De Annies is een snelle zeilster en op de tocht van Alderney naar Brixham liep zij als een lammetje over de swell van 10 voet. Haar vrij steile voorsteven snijdt de golven goed aan en het hele schip wordt rustig over de golven heengezet. Met halve wind schiet zij er als een jong veulen vandoor, waarbij je haar teugels soms een beetje de ruimte moet geven. Eerst aanvoelen waar zijn  heen wil en dan laten merken dat jij uiteindelijk de baas bent maakt dat voor ons de Annies geen levenloze plastic bak is, maar een raspaardje dat je met gevoel moet leiden.

 

Eind augustus varen voor de 2e keer de "24 uurs" van het IJsselmeer. Een uitdaging voor iedere zeiler met als doel je eigen prestatie te meten met die van anderen. De Annies, gewapend met goede adviezen van Ab Pasman over het onderlangs inhalen, heeft ook dit jaar weer haar uiterste best gedaan om zo veel mogelijk mijlen te maken. Met een gemiddelde snelheid van 6.25 knoop in 24 uur haalden wij op de GPS 150 mijl. Dat wij zelf het niet perfect deden geven de toegewezen mijlen aan, n.l. 145. Door een minder goede planning en een wat vroeg draaiende wind hebben we ongeveer 5 mijl verspeeld. Volgend jaar beter.

 

Aan het eind van het seizoen halen we de Annies naar huis omdat anders het onderhoud te veel reistijd vergt. Dat betekent van uit Enkhuizen via zee naar Stellendam, in Strijensas de mast eraf en dan via het Wilhelminakanaal naar de Beatrixhaven in Eindhoven. Zoals het er nu uitziet hebben we dan dit jaar (aan het eind van dit seizoen 2003) zo'n 2500 mijl gevaren.

 

Het gegeven dat we beiden de boot even goed kunnen varen maakt dat we langzamerhand onze grenzen wat verleggen. We moeten echter rekening houden met het feit dat wij steeds ouder worden. We hopen nog jaren in staat te zijn met onze Annies veel mooie tochten te maken.

 

Annies 1      1986 - 1990

 Annies 2      1990 - 2000

 Annies 3      2000 - .....