De sprong naar Nederland.
Het is raar. Je vertrekt op
21 mei met een duidelijk doel
voor ogen en daar ben je de hele heenreis mee bezig.
Noordkaap: 72°10.21
Veel wind in Nederland, Esbjerg en Farsund is geen probleem. Het doel blijft het
zelfde.
Nadat je het doel hebt bereikt, stel je
nieuwe doelen. Lofoten,
Walvis zien
bij Andenes en rustig aan terug. Meer plekken bekijken zoals Svartisen,
Christiansund, Ålesund en Bergen staan nog op het programma. Daarna even langs
bij meneer Larsen in Fitjar en door naar het zuiden.
En dan, ineens, ben je zover zuidelijk dat je moet gaan denken aan de oversteek
naar Nederland. De vakantie is opeens veranderd in een gedoe van gribfiles
ophalen en weerberichten kijken.
Het
weerbeeld liet aan duidelijkheid niets te gissen over, dus we moesten wachten in
Tananger. Een dagje met de bus naar Stavanger is een goede invulling van de
tijd.
Daarna het zelfde stukje wat we vaker hebben gedaan n.l. Egersund en Farsund. We
wilden eigenlijk door naar Mandal. maar bij Lista, een bekend stukje water
omdat het daar vaak erg woelig is, leek
het ons beter richting Farsund te gaan. Om Kaap Lindenes, het meest
zuidelijke puntje van Noorwegen was nog wel leuk geweest, maar daar zijn we al
eens geweest.
We zijn gewone toerzeilers, die liever gedurende de
nacht in de haven liggen en slapen. Dus grote oversteken, zoals van Noorwegen
naar Nederland vermijden we liever. Vakantie is geen synoniem voor doorwaakte
nachten.
Dat dit soms moet.., o.k. dat hoort erbij, maar ik heb liever een borrel om
17.00 en op tijd naar bed.
En dan is het zover. 1 september.
De weersverwachting laat zien dat
we Noorwegen kunnen verlaten. Niet te veel wind en een kleine oversteek naar
Denemarken. Hvide Sande is mooi bezeild en slechts één nachtje doorgaan. Even
nog snel een paar laatste foto's maken.
We verlaten Farsund met enige weemoed. Zou dit de laatste keer zijn dat we hier
varen? We zien het markante lighthouse langzaam achter ons verdwijnen en na
enkele uren zijn ook alle Noorse bergen achter de horizon.
Op het Skagerak kunnen we prima zeilen. Er is weinig scheepvaart en de wind is
variabel 3-4. Hvide Sande ligt ongeveer halverwege de Deense westkust en de
volgende ochtend, 2 september om 9.15 liggen we voor de haveningang.
Pieter komt dan met het idee: "misschien kunnen we wel in één keer doorgaan".
Na 139 mijl en 1 mijl voor de haveningang is dat even wennen. Niet lekker
slapen, maar nog twee extra nachten doorgaan?
We zijn Hvide Sande ingegaan om op internet de weersverwachting op te halen.
Niet alleen van de komende twee dagen, maar ook die van daarna. Kunnen we na een
dag verder, of liggen we dan hier vast doordat de wind te hard is of uit een
verkeerde windrichting waait?
Even eten, gribfiles bekijken en
na de Duitse weerberichten gehoord te hebben maken we de Annies weer los en gaan
richting Nederland.
We willen wel voor zondag in Nederland zijn, want dan wordt er meer wind
voorspeld en ook buien.
Afwisselend kunnen we zeilen, maar vaak moet een tijd de motor bij om de goede
richting te kunnen houden. De nacht is pikdonker en behalve het geluid van
water en wind (en het kraken van de boot) hoor en zie je niets.
Op 3 september hoor ik net na
middernacht de motor haperen. Verbeeld ik mij dat, of is het echt waar?
Misschien kwam het omdat ik naar binnen ga om het logboek in te vullen en onze
positie te bekijken? Dan is het geluid toch anders. Een tweede keer denk het ook
te horen.
Om 10 voor 2 wek ik Pieter toch maar even, 10 minuten voor de afgesproken tijd
en vertel hem mijn ervaring. Wanneer Pieter de wacht overneemt, valt om 3.35 de
motor echt uit. Hij zeilt rustig verder met een koers die wat ruimer is dan onze
goede richting.
Tegen 6 uur denkt hij het probleem te herkennen. Alle diesel filters zijn
schoon, maar leeg. Na het opvoerpompje te hebben gebruikt, komt er diesel naar
boven. Conclusie: wel diesel aanvoer, maar het komt niet meer bij de motor. Dus
er moet ergens lucht in de leiding komen.
Na 440 uur probleemloos functioneren, nu midden op zee even een hikje.
Na het ontluchten start de motor zonder haperen. Toch maar verder zeilen en
kijken hoever we komen. Onze aries windvane stuurt de boot gedurende de nacht.
Het "zeilen" vlaggetje zit er niet aan als reklame, maar helpt de windvaan met
sturen. Dit advies kregen we van de Deense Aries bouwer en dit vlaggetje hadden
we aan boord.
Wat doe je nu gedurende zo'n
wacht?
Het is pikdonker, dus je ziet alleen je verlichte meters.
Diepte
is geen groot probleem.
Bijna altijd 20 meter of meer. (Erg ondiep na steeds op diep water te hebben
gevaren).
Snelheid
graag boven de 4 knopen.
Koers
zuid, zuid-oost tot zuid-zuid west. (het liefst NW of ZO)
Windsnelheid
het liefst tussen de 15 en 20 knopen
Windhoek
tussen de 20 en 30 graden
Toerental
en temperatuur
va de motor wanneer deze loopt
Accuspanning,
moet wel boven de 11.8 V blijven, anders stroom draaien
Elke 2 uur het logboek
invullen met de positie, koers, snelheid. afgelegde afstand, windrichting en
snelheid en wat ook belangrijk is, de barometer stand. Daarna de
positie intekenen
op de kaart.
Daarnaast zeer regelmatig om je heen kijken of er ergens iets te zien is. Een
lichtje betekend een schip en wanneer het schip dicht genoeg bij is, kan je aan
de lichten zien waar het heen gaat. Ook op de computer binnen geeft de AIS aan
welk schip het is en of we op aanvaringskoers liggen.
Een paar bladzijden lezen met een zaklantaarn en een MP3 speler aan.
Nee, gelukkig komt er geen enkel schip bij ons in de buurt, tot we recht lijken
aan te sturen op een wachtschip.
Dit is een schip wat ligt bij boorplatforms, windmolenvelden en andere zaken met
als doel andere schepen uit de buurt te houden en bij grote platforms eventuele
overbood gevallen mensen zo snel mogelijk op te pikken.
Ze zwaaien vriendelijk naar ons en we kunnen zonder problemen doorvaren.
Om 6.53 start ik toch maar weer de
motor. 2.8 knopen snelheid is wat weinig en we moeten nog ruim 100 mijl.
Om 9 uur vullen we de dieseltank aan met onze reserve.
In Noorwegen kan je aan de waterkant alleen groene diesel tanken en die hebben
we liever niet meer in onze reserve tankjes. Daar is de Nederlandse douane niet
blij mee, ondanks dat die diesel net zo duur is als in Nederland bij de
autopomp.
Het zicht verminderd behoorlijk en na een tijdje hebben we nog slechts 100 meter
zicht. De AIS receiver geeft aan, dat er weinig boten op onze route varen en met
de radar kunnen we dat bevestigd zien.
We ontluchten de motor nog een paar keer en om 15.50 liggen we voor de eerste
shipping lane, n.l. de diep water route.
We kunnen zonder uit te hoeven wijken de route haaks over steken. Slechts
1 boot te zien.
Vijf uur later liggen we voor de TSS route, waar het een stuk drukker is. We
ontluchten de motor van te voren, en halverwege nog een keer. Voor een schip van
225 meter wil ik niet stil gaan liggen. Het zicht wordt langzamerhand wat beter
en wanneer we de eerste helft van de route over zijn is donker en het
zicht beter.
Om drie uur 's nachts lopen we Lauwersoog binnen en zoeken een plekje in de
buitenhaven. Het is moeilijk een ligplaats te vinden. Nee, het is er niet druk,
maar de haven is zodanig aangelegd, dat de korte boxen te smal zijn en de lange
veel te lang en te breed. Met de wind dwars is dat moeilijk en tot overmaat van
ramp heeft iemand bedacht tussen de boxen lijnen in het water te laten drijven.
Om de paar meter zit er een drijvertje aan, maar ik ben als de dood zo bang, dat
we erover heen zullen drijven en een lijn in de schroef zullen krijgen.
Na 3 nachten en 3 dagen varen kost het ons nog een uur om de boot behoorlijk aan
de kant te krijgen. Natuurlijk zal de vermoeidheid hierbij wel een rol spelen,
maar ook de volgende ochtend hebben we moeite de boot weer fatsoenlijk weg te
krijgen.
Lauwersoog buiten? Niet doen!